logo_lefmetletters

Saunataal

De sauna. Een ontspannen plek om af en toe eens naar toe te gaan. Vorige week wilde ik een paar uurtjes zweten en zocht ik op de iPad een sauna in de buurt.

Ik vond er eentje. Op de website werd de sauna ‘het paradijs’ genoemd. Dat leek me wel wat.

Terwijl ik even later een saunacabine instap, komt er een heuse saunameester met een emmertje water en etherische oliën binnen. Hij giet de olie over de hete kolen en de opgieting was gestart.
Binnen enkele seconden staan de eerste zweetdruppels op mijn lijf. Dat kan beter volgens de saunameester en hij gaat afdraaien. Hij staat bij de gloeiende kolen en laat zijn handdoek snel boven zijn hoofd rondgaan zodat de luchtvochtigheid en de hitte enorm toenemen.

Even later begint het helikopteren of wapperen. De saunameester gaat de sauna rond en wappert met zijn handdoek door de hele ruimte. En om de saunagasten ook even persoonlijke aandacht te geven volgt er een ultiem momentje; de persoonlijke wapper!  De saunameester staat voor me, houdt zijn handdoek stevig vast, gooit zijn armen achter in zijn nek en slaat dan keihard de handdoek naar beneden. Even lijkt het of ik in brand sta, maar binnen een paar luttele seconden is dat gevoel gelukkig alweer voorbij.

Het volgende emmertje water wordt op de kolen leeggestort en het hele ritueel herhaalt zich nog twee keer. Telkens met een andere geur. Dan mogen we naar buiten. Letterlijk stoom afblazen. Volgens onze saunameester was dit ‘een echt stukje saunagevoel’. Om ons verhitte lijf weer in normale conditie te krijgen, moeten we ‘nog een stukje afkoelen’. Dat gebeurt met de persoonlijke afkoelslang. Een gewone tuinslang,  bediend door de saunameester die iedereen persoonlijk natspuit met ijskoud water.

Nadat ik bijgekomen was ben ik nog in de ijskamer geweest en heb mijn lijf gepijnigd met ijssnippers. Nog weer later heb ik een stortemmer over mezelf heen gegooid. Inderdaad: de sauna is een paradijs. Ook voor nieuw taalgebruik.