logo_lefmetletters

Krampachtige schrijfregels – gooi ze overboord!

‘Mam?’
‘Hmmm’
‘Wil je me overhoren. Ik heb morgen een toets Nederlands.’


Het is mijn dochter. Ze heeft morgen een toets over de schrijfregels van het Nederlands. De ‘hoe heurt het-regels’: wat mag wel en wat mag niet.

 

Ik schrik. Wat moet er veel en wat mag er weinig! Wat ze moet leren is dat er tussen twee werkwoorden altijd een komma zit. Dat een zin nooit met een voegwoord mag beginnen. En zeker niet met het woordje en. Een zin moet altijd een onderwerp en een persoonsvorm hebben. En een voltooid deelwoord mag in een bijzin nooit voor het werkwoord staan.

O ja, ik weet het allemaal wel. Maar, deze stijve regels maken het zo lastig om leesbaar te schrijven. Soms. Neem het voegwoord aan een begin van de zin. Daarmee kun je een krachtig accent geven. En hoe vaak beginnen schrijvers en journalisten hun zin niet met en, of, zodat of een ander voegwoord? Juist. Heel vaak. Waarom? Omdat dergelijke zinnen het artikel beter leesbaar maken.

Dat geldt nog even niet voor mijn dochter. Zij moet morgen de krampachtige schrijfregels uit haar hoofd kennen. Hoeveel leuker zou het zijn als de docent de regels overboord durft te gooien. En creatief schrijfplezier stimuleert in plaats van de taal in een strak stramien te gooien.