logo_lefmetletters

Zo vertel je een verhaal: 6 tips

‘Een interview is als een tango […]. Het is ritme, geven en nemen, spannen en ontspannen. Het is een samenspel dat respect en oefening vereist. Er zijn twee rollen die de spelers, als het goed is, afwisselend vertolken: die van leider, die van volger.’

 

Dit citaat komt uit het boek Koninginnedag van Willem Asman.  Het boek gaat over de aanslag op de koninklijke familie tijdens hun bezoek aan Apeldoorn (2010). Maar het gaat vooral over Balkenende, destijds premier van ons land. Tijdens de aanslag op het koningshuis is hij op een CDA-congres in Warschau. Nadat hij het bericht gehoord heeft, vliegt hij terug naar Nederland. Eenmaal daar aangekomen, zal hij een speech moeten houden. Over het koningshuis, de gebeurtenissen en zijn medeleven van premier en dat van alle landgenoten.

Het imago van Balkende is niet al te best: een saaie man en stijve hark die ‘de charme van een glasplaat heeft’, zo omschrijft de hoofdpersoon uit Koninginnedag hem. Die hoofdpersoon, een vrouw, krijgt verder geen naam. Zij doet ‘iets met communicatie’ en moet Balkenende helpen bij het verbeteren van zijn presentaties.

En dat was voor mij ook de essentie van dit boek. De vrouw vraagt Balkenende verhalen te vertellen. Zij moedigt hem aan persoonlijke verhalen te gebruiken in speeches en interviews. Het vertellen van persoonlijke gebeurtenissen raakt mensen en maakt van een premier een mens van vlees en bloed.

De hoofdpersoon voert met Balkende een aantal gesprekken over zijn gevoelige kanten. Heel voorzichtig durft Balkende zich bloot te geven en vertelt hij een aantal anekdotes. Op basis van die verhalen schrijft de hoofdpersoon een persoonlijke speech die hem, zodra hij voet aan de grond zet, moet redden.  Jammer genoeg durft de premier het niet aan en houdt hij uiteindelijk een oersaaie speech. Gemiste kans!

Tips om te gebruiken tijdens het interviewen, n.a.v. dit boek:

1. Maak het concreet.
Zorg dat je gesprekspartner niet in algemeenheden verzandt. Ministers en premiers praten graag in abstracties, algemeenheden en gebruiken containerbegrippen als ‘de samenleving’, ‘de maatschappij’, ‘wij’, terwijl volstrekt onduidelijk is wie of wat hiermee bedoeld wordt. Vraag door, net zolang tot je weet wat er echt bedoeld wordt.

2. Welk verhaal vertel je ’s avonds aan je vrouw?

3. Wat vertel je aan je kinderen?

4. Waar droomde je als kind van?

5. Waar komt u eigenlijk uw bed voor uit?

6. Voor wie doet u dit allemaal?